Onszelf de dood in amuseren

 

Een hadith vermeldt: ‘Lach niet te veel, want het teveel lachen dood het hart’[1]. Dt is niet om te zeggen dat lachen of humor volledig vermeden moet worden, want lachen en luchthartigheid in matigheid zijn profetische sunnan die helpen om last en zenuwen te verlichten en om blijdschap mee te brengen naar jezelf en anderen. Inderdaad, er is weinig profijt in altijd jezelf somber en deftig te uiten.

‘En dat Hij het is, Die doet lachen en wenen'{53:43}.

En zoals de Profeet  zei:

‘O Hanzalah! Er is een tijd voor dit en een tijd voor dat’. [2].

Zoals de in dit artikel eerste vermelde hadith aantoont, is het overmatig gelach een gevaarlijk gif dat het hart spiritueel dood. De 11e eeuwse hadithmeester ‘Abd al-Ra’uf al-Munawi legt uit:

‘Een gewoonte maken van gelach, drijft iemand weg van het beraadslagen van belangrijke zaken.’[3]

Wanneer het leven niets meer dan een verzameling van lachwekkendheid wordt, dan zal de spirituele dood van het hart zeker zijn intrede doen. Al-Munawi verteld verder:

‘Het type gelach dat het hart dood, is het type dat voortkomt uit het lichtzinnig en achteloos omgaan met de wereld. Het hart heeft een [ spirituele] leven en dood: haar leven ligt in het constant gehoorzamen [van Allah]. Haar dood in het beantwoorden van alles, behalve Allah, zij het iemands ego, begeerten of de shaytan.’[4].

In de profetische lering vinden wij dat een vrolijk gelaat en een makkelijk in de omgang-karakter [5], in toom gehouden dient te worden met nuchtere gedenking van Allah, de dood, het Hiernamaals en de op handen Veroordeling en Verantwoording [de Hisab en ‘Iqab]. De Profeet  benadrukt:

‘Gedenk veelvuldig de vernietiger van plezieren [de dood].[6].

Een hart dat ongevoelig is geworden voor zulke realiteiten of verdoofd is voor haar gedenking, is een hart waar het leven uit gezogen is. De Qur’an waarschuwt over het afgewend of afgeleid zijn door de dingen van de wereld:

O, u die gelooft, laat uw rijkdommen en uw kinderen u niet afleiden van de gedachtenis aan Allah. En wie dat doet behoort tot de verliezers.{63:9}

(Zo’n licht brandt) in huizen waarvoor Allah gebood (Hem) erin te eren en Zijn Naam te noemen, zij prijzen Zijn Glorie daarin in de ochtenden en de avonden.  (Door) mannen die niet door handel en niet door verkoop worden afgeleid van de gedachtenis van Allah en (ook niet van) het onderhouden van de salat en het geven van de zakat en die bang zijn voor de Dag waarop de harten en de ogen sidderen. {24:36-37}

Handel, rijkdommen, bezit en het streven naar sensatie en plezier houden de meeste mensen bezig, opdat zij zich niet bewust zijn van al het andere, tenzij de harten gekeerd worden naar de hogere reden van hun bestaan. Rijkdom, kinderen en het deelnemen aan de toegestane wereldse plezieren zijn allemaal toegestaan en zijn een manier om onze verbinding met Allah te behouden, tenzij het het punt bereikt dat ze ons afleiden van aanbidding en het gedenken van Hem. Wanneer wij onszelf verliezen aan de wereld, verliezen we uiteindelijk alles.

Helaas zijn we nu een cultureel oververzadigde gemeenschap, continu gevoed door een excessief voedingspatroon van onbelangrijke amusement en entertainment. Deze overconsumptie van gelach  en lichtzinnigheid, leidt de meeste van ons af van meer serieuze onderwerpen: oorlog, hongersnood, ziekten, het milieu, het uiteenvallen van samenlevingen en de afbraak van het gezin, alsook bestaanskwesties gerelateerd aan onze Schepper, het Hiernamaals en de reden van ons bestaan. Onze continue verslaving aan al deze lichtzinnigheid en afleiding, heeft ons een samenleving gemaakt waarin wij, in de woorden van Neil Postman’s knap getiteld boek, Onszelf de dood in Amuseren.

‘O mensen, vrees jullie Heer en wees bevreesd voor een Dag waarop een vader zijn zoon niet van nut kan zijn, noch een zoon zijn vader in iets van nut kan zijn. Voorwaar, de belofte van Allah is waar, Laat daarom het wereldse leven jullie niet verleiden en laat de verleider jullie niet van Allah wegleiden.’ {31:33]

 Shaykh Surkheel Sharif

shaykh-surkheel

 

 

 

 

Voetnoten

1. Ibn Majah, #4193.

2. Al-Tirmidhi, #2014.

3. Fayd al-Qadir Sharh al-Jami‘ al-Saghir (Beiroet: Dar al-Ma‘rifah, n.d.), 2:157.

4. ibid., 5:52.

5. Een hadith vermeldt:‘De gelovigen zijn vriendelijk en gemakkelijk in de omgang {Al-Quda‘i, Musnad, #.139}

6. Al-Tirmidhi, #2307.